Plenaire bijdrage Arbeid en Zorg, 13-11-2001
Het is juni 1998
In het regeeraccoord wordt opgenomen dat er een Wet Arbeid en Zorg moet
komen. Alle bestaande wettelijke regelingen komen in één samenhangend
wettelijk kader. Staatssecretaris Verstand mag deze klus klaren. Ze
heeft er zin in en gaat voortvarend aan de slag. De wet WAZ moet een
stevige kapstok zijn waaraan alle wettelijke verloven gehangen kunnen
worden. Nou, dat is mooi, dacht ik. Eén wet waarin een volksverzekering
voor langdurig zorgverlof wordt geregeld, overzichtelijke, eensluidende
regels over allerlei verlofvormen, kinderopvang als basisvoorziening.
Misschien zelfs een wettelijke plicht om elke vier jaar een plan
ontspannen samenleving op te stellen. Het zogeheten Pos-plan waarin de
zorg-, werk- en vrije tijdsbehoeften van de Nederlanders verkend is.
Kortom, ik dacht: nu gaat het eindelijk gebeuren. Deze staatssecretaris
van D66 huize laat Nederland zien hoe een geëmancipeerde samenleving
eruit moet zien. Weg met het kostwinnerschap, leve het combinatiemodel.
Eindelijk een vernieuwende alomvattende visie om arbeid en zorg.
Eindelijk wat genderturbulantie.
Staatssecretaris Verstand heeft haar
wetsvoorstel Arbeid en Zorg door het kabinet gesleept. Een uitgeklede,
gehavende versie van eerdere plannen. De politieke realiteit heeft een
aantal van haar ambities fors onderuit gehaald. Langdurig betaald
zorgverlof mag nog even niet. Geld mag het niet kosten. Ambities die de
staatssecretaris allemaal heeft moeten bijstellen onder druk van
binnenuit paars en van buiten. Op dat moment wist ze nog niet dat er
nog veel meer gesleept en gezeuld zou moeten worden met de WAZ want de
Tweede Kamer was aan zet en dat was niet makkelijk.
Het concept zorg moet breed worden benadrukte de staatssecretaris voor
de Tweede Kamer behandeling nog. Ik citeer:"Mensen denken al gauw aan
baby's of zieke ouders. Maar het gaat mij zeker ook om zorg voor
jezelf..... Zorg voor maatschappelijke activiteiten vind ik ook
belangrijk. Daarom is het politiek verlof eveneens in het wetsvoorstel
opgenomen. ... Met deze wet wil ik een norm neerzetten en in een versneld
tempo voorwaarden scheppen". Einde citaat.
Zorg voor maatschappelijke activiteiten is kennelijk niet belangrijk
meer. Het staat er in ieder geval niet meer in. Stevig en breed is de
kapstok er niet door geworden. Het komt toch meer in de buurt van een
lepelrekje.
Het is 18 april 2001
Het wetsvoorstel is met algemene
stemmen aanvaard door de Tweede Kamer. Vandaag, 13 november 2001, is
het de beurt aan de Eerste kamer.
GroenLinks staat niet te juichen bij dit wetsvoorstel. Het is
natuurlijk mooi en goed dat deze wet er eindelijk is. Dat er eindelijk
iets geregeld wordt voor adoptieverlof en pleegzorgverlof (beide ouders
krijgen 4 weken), dat er betaald kortdurend zorgverlof komt, dat de wet
loopbaanonderbreking wat opgerekt wordt en dat er geen vervangingseis
meer is als verlof opgenomen wordt om voor een kind met een
levensbedreigende ziekte te zorgen. Dat is de meerwaarde van deze wet.
Maar het houdt niet echt over. Verlof mag in Nederland als het maar
kort is, alleen als het niet anders kan en "als het bedrijf er maar
niet te veel last van heeft".
Tussen 1995 en 2000 hebben Nederlanders het steeds drukker gekregen,
blijkt uit het onlangs verschenen SCP rapport Trends in Tijd. Tussen
zonsopgang en zonsondergang lopen we elkaar massaal voor de voeten. De
arbeidsparticipatie is gestegen en er is een toename van het aantal
personen dat arbeid en zorg combineert (van 38% naar 47% van de 20-64
jarigen). Het zijn vooral de hoogopgeleide vrouwen die arbeid en zorg
combineren (90%), laagopgeleide vrouwen (zo blijkt uit onderzoek Nyfer)
blijven liever bij hun gezin. Als ze een baan kunnen krijgen en ze
verdienen het minimumloon dan kunnen daar zoveel kosten tegenover
staan, kinderopvang, verlies recht op inkomensafhankelijke regelingen
zoals huursubsidie) dat thuisblijven rendabeler kan zijn voor het
gezin. Rustiger is het in ieder geval en op scholen is er nog steeds
een grote vraag naar luizenmoeders. Ook belangrijk werk.Het stimuleren
van het combinatiescenario is sinds enige jaren officieel beleid. De
rechten en plichten in deze van de overheid, van sociale partners en
van ouders zelf zijn al die jaren een punt van discussie geweest. Uit
onderzoek blijkt dat de combinatie werk en zorg niet per definitie
problematisch is. Gebrek aan loopbaanmogelijkheden, gebrek aan
carrièremogelijkheden in deeltijdfuncties kunnen overbelasting van
ouders in de hand werken. Er is nog genoeg te doen voor de sociale
partners om de bedrijfsculturen 'zorgvriendelijker' te maken.
Denkt de staatssecretaris met deze wet voldoende aanzet te hebben gegeven om deze problemen op te lossen? Zo ja, waarom?
Terug naar de voorliggende WAZ
Het is en blijft onduidelijk hoe dit wetsvoorstel het
combinatiescenario dichterbij brengt. Een evenwichtige verdeling van
werk en zorg over mannen en vrouwen komt niet veel dichterbij. - Is dit
nog de doelstelling? Of heet het tegenwoordig levensloopbewust beleid,
de nieuwe term in de begroting 2002.
Het wetsvoorstel is niet in doelstelling gericht op hoog opgeleide
witte stellen, maar in uitwerking wel. En dat is een gemiste kans.
Juist mensen die via de markt al aardig aan hun trekken kunnen komen
wat betreft voorzieningen krijgen nog een extra steun in de rug,
terwijl het in een wet als deze juist nadrukkelijk ook (of vooral) zou
moeten gaan om laagopgeleiden en alleenstaanden.
Het concept zorg wordt niet werkelijk geïntegreerd in het arbeidsbestel. Er wordt veel overgelaten aan de sociale partners. Is een wet WAZ op politiek-sociale gronden nu nodig of niet? Als het noodzakelijk is, en dat vind ik, dan mag je er geen onduidelijkheden over laten bestaan en moeten deze rechten gegarandeerd worden bij wet. Flexibele maatwerking is mogelijk, maar wat niet mogelijk mag zijn is dat een aantal maatregelen in deze wet weg gecontracteerd worden door CAO's of door overeenkomsten met medezeggenschapsorganen. Ik kom hier later op terug.
Het concept zorg is nogal moralistisch ingevuld. Dit heeft positieve
en negatieve kanten. Rondom zorgen spelen onderhuidse gevoelens een
belangrijke rol. Er zijn nog legio gangbare meningen die een gelijke
verdeling van arbeid en zorg eerder ondergraven dan ondersteunen.
Iedereen is opgevoed met de sprookjes Assepoester en Sneeuwwitje.
Zorgen is in deze sprookjes of een zware activiteit, een blok aan het
been voor vrouwen of zorgen wordt gezien als een waardevolle
activiteit. Zo zijn er sprookjesbeelden en spookbeelden. Het spookbeeld
een slechte moeder te zijn heeft misschien meer invloed op het gedrag
van moeders dan welk beleid ook.
'Afkopen van zorg' door mannen wordt als normaal gezien, terwijl
'afkopen van zorg door vrouwen als iets 'verwerpelijks' wordt gezien.
Is het geen recht van burgers dat zij zelf mogen kiezen of zij zorgen
of niet? Is het geen tijd dat er in Nederland twee nieuwe
burgerschapsrechten in de verzorgingsstaat worden verankerd: het recht
om zorg te ontvangen en het recht om zorg te geven?
Het sprookjesbeeld, een theemutsmoeder, de goede moeder die er is voor
al je grote en kleine zorgen, geeft misschien meer inwendige rust, maar
weinig economische zelfstandigheid en is niet voor iedereen weggelegd.
In de Tweede Kamer is, als gevolg van het amendement Örgü/Dankers,
besloten dat voor calamiteiten-, kraam- en kortdurend verlof werkgevers
en werknemers afwijkende afspraken mogen maken over de duur en de
betaling. Voor het kraam- en kortdurend verlof mogen afwijkende
afspraken gemaakt worden over het recht. Ik begrijp niet hoe de
staatssecretaris in heeft kunnen stemmen met dit amendement. Wat
beoogde de wet nu in eerste instantie: een wettelijk recht dacht ik,
een wettelijke minimale basisvoorziening om de combinatie arbeid en
zorg eerlijker te delen c.q. een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg
tot stand te brengen. Door acceptatie van dit amendement kan deze
noodzakelijk geachte basisvoorziening bij cao of door een
ondernemingsovereenkomst in zijn geheel weg gecontracteerd worden. "De
sociale partners krijgen nog meer ruimte om afspraken op maat te
maken", zo is de gevolgde argumentatie. Laten de sociale partners zich
profileren op andere aspecten van emancipatie, zoals bijvoorbeeld een
goed loopbaanbeleid. Daar is nog meer dan genoeg te doen.
De Staatssecretaris geeft in de memorie van antwoord wel de
argumentatie van de indieners van het amendement, maar wat vindt zij
hier zelf nu van? Hebben we volgens de staatssecretaris nu wel of niet
een wettelijke basisvoorziening nodig. Zo ja, sta daar dan voor en zorg
er als wetgever minimaal voor dat bedoelde verloven (kraam,
calamiteiten en kortdurend verlof) als rechten gezekerd zijn, zoals dit
ook gezekerd is bij het ouderschapsverlof. Zo nee, pretendeer dan niet
met een alomvattende, samenhangende regeling te komen om de combinatie
arbeid en zorg te verbeteren.
De FNV wijst op nog een ander probleem namelijk dat afwijkingen van de
wettelijke regels, geregeld in de CAO's, voor max. 5 jaar gelden. Zo'n
tijdsbepaling is er niet bij afspraken met medezeggenschapsorganen. Dit
is een grote tekortkoming. Ziet de staatssecretaris dit probleem en
word er wat aan gedaan?
Deze wet brengt ook zo z'n eigen uitlegproblemen met zich mee. Wat is wat in verlof land. Wat is bijvoorbeeld in de WAZ 'buitengewoon verlof met behoud van loon bij bevalling van echtgenoot of partner'. Is dit kortverzuim verlof of kraamverlof? Mag dan van deze wettelijke regeling nu wel of niet afgeweken worden. En is calamiteitenzorgverlof en calamiteitenverlof kortverzuim verlof (art. 4.1) of is dat kortdurend zorgverlof (art. 5.1). Zijn het niet bij nader inzien allemaal kleine lepeltjes aan het lepelrekje om een beetje de room door de koffie te roeren?
Bij kortdurend zorgverlof is de kring van rechthebbenden traditioneel ingevuld. Met name alleenstaanden ondervinden hier hinder van. Bij hen is geen partner in huis die even verlof op kan nemen. Een alleenstaande ontleent zijn/haar mantelzorg meestal aan andere alleenstaanden. Bij amendering in de TK is de kring van rechthebbenden uitgebreid naar een bloedverwant in de eerste graad. Je mag wel verlof opnemen om je ouders te verzorgen, maar niet je schoonouders. Want anders zouden de vrouwen voor de schoonouders gaan zorgen en blijven hun mannen betaald werken. Is dit de manier om mannen aan het zorgen te krijgen? Het lijkt op een "afwaspolitie" die langs komt om te kijken of de taken in huis wel goed verdeeld worden. Een keuzekaart is hier op z'n plaats. Laat mensen zelf beslissen voor wie ze wel of niet willen zorgen.
Afstemming en financiering van de verlofregelingen wordt steeds belangrijker. De combinatie arbeid en zorg is niet gebaat bij ingewikkelde financieringssystemen. Uniformiteit van regelingen is noodzakelijk om de transparantie te vergroten. Een volksverzekering voor zorg kan hier soelaas bieden.
Ouderschapsverlof
Elke werknemer heeft het recht op ouderschapsverlof voor kinderen tot 8
jaar. In artikel 6.2 lid 6 wordt geregeld dat de werknemer bij
beëindiging van een werkrelatie bij zijn nieuwe werkgever het recht
heeft het restant van zijn opgesplitste verlof op te nemen. Geldt dit
alleen voor het restant of heb je als je van baan verandert, bij je
nieuwe werkgever opnieuw recht op ouderschapsverlof? Moet je verplicht
je nieuwe werkgever informeren dat je wel/niet gebruik gemaakt hebt van
je ouderschapsverlof? Kortom, hoe werkt dat straks in de praktijk?
Loopbaanonderbreking
De wet Financiering
loopbaanonderbreking wordt ondergebracht inde WAZ. Deze wet is geen
groot succes geworden. Er wordt weinig gebruik van gemaakt. De
vervangingseis is en blijft het grote struikelblok. Wat is een mooier
moment om de vervangingseis bij het oud vuil te zetten, dan nu in
voorliggend wetsvoorstel. De verwrongen verbinding met de
werkgelegenheidsdoelstelling heeft nooit gewerkt. De staatssecretaris
heeft dit moment laten lopen. De vervangingseis wordt een beetje
losgelaten. Geen vervangingseis meer bij de verzorging van terminale
zieke of levensbedreigende ziekte van een kind. Wie gaat de zieke
huisgenoot verzorgen? Is het niet meer op z'n plaats om hier een
langdurige, betaalde verlofregeling voor te ontwerpen en de
vervangingseis voor loopbaanonderbreking geheel los te laten?
Het blijft tobben met de Nederlandse vrouw. "De Nederlandse vrouw is
luxe paardje", kopte de NRC en "Verstand snapt vrouwen niet". Nog
steeds is er een hardnekkige onderstroom die wil vasthouden aan het
bestaande, namelijk het recht om thuis te blijven. Mannen vinden dat
wel prima. Zijn dit de laatste stuiptrekkingen van het
kostwinnersmodel? De staatssecretaris zou toch als geen ander moeten
weten dat dit gegeven alleen te tackelen is door regelingen die mensen
over de streep trekken. Regelingen waarbij de voordelen groter zijn dan
de nadelen. Gaan voor het combinatiemodel. Prima. Maar ga er dan ook
echt voor. Aan de ene kant stevige basisvoorzieningen, ook voor mannen
(dus bijvoorbeeld langer kraamverlof) waarbij werkgevers wel financieel
bijdragen, maar verder geen verdeel en heers politiek kunnen spelen.
Eindelijk een wettelijk recht op kinderopvang neerzetten, waarbij
kinderopvang een basisvoorziening is. Aan de andere kant er bij de
sociale partners op aan dringen dat er meer geïnvesteerd gaat worden in
flexibele werktijden, in loopbaanbeleid.
Samen investeren in al die elementen die nodig zijn voor een ontspannen
samenleving. Paradoxaal genoeg is daar juist geen bewindspersoon voor
nodig die zo voorzichtig is als een egeltje. Wat meer genderturbulentie
graag.
Uitgesproken tekst geldt
