Behandeling van het Verdrag van Nice op 18 december 2001
Het Verdrag van Nice vindt z'n oorsprong in het Verdrag van Amsterdam.
Een van de doelen van het Verdrag van Amsterdam was om de
geloofwaardigheid van de Europese integratie in de ogen van de burgers
te herstellen. Meer openheid, meer democratische controle, meer
beslissingsbevoegdheid voor het Europese parlement. Dat is in Amsterdam
mislukt en nu weer in Nice. Het Verdrag van Nice heeft er niet toe
bijgedragen om het Europese integratieproces meer draagvlak bij de
burgers te geven. Dat is de zoveelste gemiste kans. De Europese burgers
lopen niet warm voor deze EU, het interesseert de mensen weinig, mensen
geloven er niet in. Een ver van m'n bed show. Een democratisch, sociaal
en duurzaam Europa is nog heel ver weg.
De Amsterdamse kliekjes moesten weggewerkt worden in Nice. Het gaat dan over de samenstelling van de commissie, de stemmenweging in de Raad en de werkingssfeer van de (gekwalificeerde) meerderheidsbesluitvorming. In het Verdrag van Nice wordt de uitbreiding van de EU in elk geval formeel mogelijk gemaakt. Voor twaalf kandidaat-lidstaten, van Estland tot Cyprus, zijn nu stemmen en zetels gereserveerd binnen de Europese instellingen. Dat is een historische stap. De bijbehorende hervorming van de EU is tot het allernoodzakelijkste beperkt gebleven. De visionairen zaten in Nice bij de oogarts. De uitbreiding werd veeleer als een historische noodzaak gezien dan als een gemeenschappelijk politiek project dat de leiders van de EU-landen ertoe brengt hun uiteenlopende nationale belangen te overstijgen.
De behandeling in de Eerste Kamer van het verdrag van Nice vandaag, heeft iets gedateerds en lijkt op het met grote tegenzin opeten van te vaak opgewarmde kliekjes. De minister en de staatssecretaris waren het afgelopen weekend volop in discussie over de post-Nice agenda. De leden van deze Kamer willen eigenlijk het liefst alles weten en vragen over de verklaring van Laken: hoe gaat de EU de legitimiteitscrisis aanpakken, wat is de waarde van Verhofstadts vragencatalogus, hoe gaat een operationeel verklaarde EVDB crisisbeheersingstaken uitvoeren, kan in de slepende kwestie van het EU-octrooi niet gekozen worden voor één standaardtaal (Engels) plus een taal naar keuze (van de octrooivrager), kan er geen loting plaatsvinden voor nieuwe vestingplaatsen van agentschappen et cetera, et cetera.
Vandaag reflecteert de Eerste Kamer over een verdrag waarvan de houdbaarheidsdatum al verstreken lijkt. Deze Kamer doet z'n uiterste best om het Verdrag voor 1 januari af te handelen. Grote haast lijkt geboden. Waarom eigenlijk? Wat was er op tegen geweest om het verdrag in januari te behandelen? Het enige wat ik kan verzinnen is dat het in Nederland vanaf 1 januari mogelijk is om een referendum over het verdrag te organiseren. Niet dat ik me dat kan voorstellen, maar goed, het is in principe mogelijk. Is dit de reden geweest voor deze overhaaste behandeling?
De inbreng van GroenLinks vandaag zal zich richten op de twee punten waarop wij dit verdrag beoordelen. (Eén) Is de Unie met dit Verdrag klaar voor de uitbreiding en (twee) wordt het communautaire karakter van de Unie versterkt.
Technisch gezien is de Unie met dit verdrag klaar voor uitbreiding.
In principe moet het verdrag door alle lidstaten geratificeerd worden
wil de uitbreiding werkelijk doorgang vinden. De Ierse bevolking heeft
zich in een referendum tegen dit verdrag uitgesproken. Dit hoeft de
uitbreiding niet tegen te houden, de uitbreiding kan juridisch doorgaan
zonder ratificatie van Ierland. De staatssecretaris acht dit, terecht,
politiek uitgesloten.
Voor de Ieren betekent een nee voor het eerste referendum, het
uitschrijven van een tweede referendum begin volgend jaar. Of dit
Europa dichter bij de burger brengt waag ik te betwijfelen. Het is niet
direct een teken dat de burgers werkelijke inspraak hebben. Je hoeft
maar met een Deen te praten of de cynische opmerkingen over referenda
vliegen je om de oren. Mensen keren zich van Europa af, zijn tegen de
uitbreiding, zijn bang voor onstabiliteit en onveiligheid. Nationale
belangen vertolkt door populistische politici scoren hoog in de
publieke opinie. Zo wordt de kloof tussen Europa en haar burgers,
tussen Europese politiek en nationale politiek, een duurzame kloof.
Voorzitter, GroenLinks is voor duurzaamheid, maar niet voor dit soort
duurzaamheid. Echt begrip voor Europa creëren krijg je m.i. door
controversen te zoeken. Dan wordt Europa een uitdaging, een spannend,
levend debat met een eigen winst en verliesrekening. Nu lijkt de EU
regelmatig een club gladstrijkers.
Is de EU in Nice nu voldoende voorbereid op de uitbreiding? De
kliekjes van Amsterdam zijn weggewerkt, maar de resultaten van Nice
houden niet over. Het is goed dat de Commissie in de (verre) toekomst
minder leden zal tellen dan er lidstaten zijn, maar dat geldt pas
wanneer er 27 lidstaten zijn. Daarna zal het aantal commissarissen
lager zijn dan het aantal lidstaten. Hoeveel lager is nog niet bekend,
hoe het rotatiesysteem eruit gaat zien, ook niet.
Iedereen heeft eind vorig jaar in de kranten kunnen lezen dat er in
Nice een nieuwe stemmenverdeling in de Raad was afgesproken (Nederland
één stem meer dan België). Dat is wat is blijven hangen van de Top van
Nice. Er is meer afgesproken. Voor een (beperkt) aantal onderwerpen is
nu besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid ingevoerd. De
besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid in de Raad is
moeilijker, minder transparant en minder logisch geworden. De verhoogde
drempel van de gekwalificeerde meerderheid en het nieuwe
bevolkingscriterium zijn daar voorbeelden van. Tevens zijn er in Nice
afspraken gemaakt over nauwere samenwerking, over het Hof van Justitie
en het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid. Onderwerpen die
uitgebreid in de Tweede Kamer en op de top van Laken aan de orde zijn
geweest.
Het Europees Parlement kan in de toekomst maximaal 732 leden hebben,
een uitbreiding van 106 leden. Ik ben het eens met de minister dat de
berekening van het aantal zetels in het Europees parlement en de toe te
passen correctiefactor een uitermate ingewikkelde materie is die
gepaard gaat met zeer ingewikkelde berekeningen. Zou de minister mij
nog een keer uit kunnen leggen hoe uiteindelijk de zetelverdeling in de
periode 2004 - 2009 zijn beslag krijgt? Dat een en ander in een nader
raadsbesluit wordt uitgewerkt op basis van de stand van zaken in het
uitbreidingsproces lijkt me duidelijk. Er is een raadsbesluit nodig
waarin de correctiefactor wordt uitgewerkt. Maar hoe gaat dit in z'n
werk? In de nota naar aanleiding van het verslag schrijft de minister
dat de nieuwe stemmenverdeling besproken zal worden met de nieuwe
toetreders. Als hierover een afspraak gemaakt wordt, dan wordt dat in
het toetredingsverdrag vastgelegd. Dit betekent dat elke nieuwe
toetreder de mogelijkheid heeft om te onderhandelen over het aantal
stemmen bij toetreding. Hoe verhoudt het Raadsbesluit zich tot de in
het toetredingsverdrag afgesproken, stemmenweging?
Het principe "gelijkheid" van staten, elke staat één stem, is niet van
toepassing in de Europese Unie. Hierover is door de heer van Middelkoop
in de TK al het nodige opgemerkt. Alles overziend een vreemde gang van
zaken. In het Verdrag van Nice is een stemmenweging afgesproken op
basis van het inwonersaantal. Het BNP of de human development index had
ook het uitgangspunt kunnen zijn. Vanuit volkenrechtelijk principe
heeft elke staat recht op één zetel. Zie de VN. Het had de Unie heel
wat ingewikkeld rekenwerk bespaard om dit principe over te nemen. Daar
komt bij dat het democratisch gezien onaanvaardbaar is dat nieuwe
lidstaten, zoals Tsjechië en Hongarije, minder EP zetels krijgen dan
België, Portugal en Griekenland. Landen met ongeveer evenveel inwoners.
Aangezien de afgesproken stemmenweging niet juridisch bindend is en het
slechts een standpunt is van de huidige EU, hebben Hongarije en
Tsjechië het recht (en ook gelijk) als ze de stemmenverdeling onderdeel
van het toetredingsverdrag maken? Graag een reactie.
De gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming.
Over het
uitgangspunt dat bij gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming door de
Raad, een co-decisie recht van het Europees parlement hoort, is geen
verschil van mening tussen regering en parlement. Dat is mooi en
betekent meer democratie. In Nice is voor een beperkt aantal gevallen
besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid ingevoerd, zonder
co-decisie recht voor het parlement. Dit geldt voor bijvoorbeeld de
handel in diensten, inclusief intellectueel eigendom. De Raad kan hier
met gekwalificeerde meerderheid besluiten nemen. Het nationale
parlement en het EP staan buiten spel. Dit was vóór Nice niet het
geval, toen was er sprake van het unanimiteitsbeginsel. Een groter
democratisch gat lijkt me. Is dit gat in Laken gerepareerd? De tekst
over de handelspolitieke bevoegdheden van de Gemeenschap (artikel 133,
5-7 EG) blinkt niet uit in duidelijkheid. Er zijn veel woorden,
nuances, verklaringen en uitzonderingen nodig om duidelijk te maken
waar overeenstemming over is bereikt.
Bij verdragen (bedoeld in art. 24) die puur op het terrein van de
Europese Unie liggen en die alleen door de Europese Unie worden
gesloten hoeven de nationale parlementen niet in te stemmen omdat die
hier geen rol spelen. Het Europees Parlement wordt slechts
geraadpleegd. Het ligt toch voor de hand dat het EP instemmingsrecht
heeft op verdragen die vanuit de EU afgesloten worden? Het is de
normaalste zaak van de wereld dat wanneer Nederland een verdrag
afsluit, het parlement medebeslissingsrecht heeft. Bij het afsluiten
van handelsakkoorden wordt het EP helemaal niets gevraagd.
Tijdens de behandeling van het Verdrag van Amsterdam heb ik vragen
gesteld over de inzet van de Nederlandse regering bij de eerstkomende
verdragsherziening als het gaat over handelspolitiek. Werkelijke macht
voor het EP, in de vorm van medebeslissings- of instemmingsrecht, of
louter verplichte raadpleging? In Nice leidde dit tot een vergroting
van het democratisch gat bij de besluitvorming genoemd in artikel 133.
Nogmaals de vraag: Wat is de inzet van de Nederlandse regering bij de
eerstkomende verdragsherziening in deze?
Versterking communautaire karakter.
Mijn fractie blijft het betreuren dat de Europese Commissie, het
Europees parlement en overigens ook het Europese Hof van Justitie ook
na Nice een marginale rol vervullen in de tweede pijler. Ik heb het
hier ook in het Europadebat over gehad en kan nu kort zijn. De functie
van Hoge Vertegenwoordiger hoort bij de Commissie ondergebracht te
worden. De regering schrijft, in de nota n.a.v. het verslag, dat ze met
belangstelling uitkijkt naar een debat in de Staten Generaal over
parlementaire betrokkenheid bij het Europees Veiligheids- en
Defensiebeleid.
Het EVDB, zoals dat momenteel door de EU wordt ontwikkeld, moet in de
optiek van GroenLinks, samen met het Europees parlement ontwikkeld
worden. De start van een militaire vredesoperatie moet instemming
krijgen van het Europees parlement. Daarna vindt goedkeuring van de
nationale bijdrage plaats door de nationale parlementen. Dit kan alleen
als de besluitvorming op een transparante wijze tot stand komt.
Openheid van de besluitvorming vergroot de legitimiteit. Op deze manier
is publieke controle mogelijk. Ik ga er dan vanuit dat openbaarheid van
de raadsvergaderingen hierbij een vereiste is.
Het verdrag van Nice is een verdrag om snel te vergeten. De resultaten van Nice zijn beperkt te noemen. Iedereen is het daar wel over eens. Het Verdrag is nog niet geratificeerd of een nieuwe IGC dient zich al aan, voorafgegaan door een Conventie onder leiding van de bejaarde Giscard d'Estaing. Het kan een interessante conventie worden. Van groot belang is dat de Conventie de vrijheid heeft gekregen om behalve opties ook consensusvoorstellen te presenteren. Het slotdocument van de Conventie zal, samen met het resultaat van de nationale debatten over de toekomst van de EU, het uitgangspunt vormen voor de besprekingen in de IGC. Een stap voorwaarts en dat moet ook. De legitimiteit van de EU en haar instituties staat op het spel.
GroenLinks zal niet tegen het Verdrag van Nice stemmen. Het Verdrag
van Nice, met al zijn tekortkomingen, regelt de uitbreiding van de EU.
De kandidaat-lidstaten mogen niet het slachtoffer worden van de onwil
van de huidige lidstaten om de EU te democratiseren.
Havermout met levertraan. Noodzakelijk? Gezond? Het schijnt nodig te
zijn, het schijnt te moeten. We werken het zo snel mogelijk weg, met de
ogen dicht. Op naar een constructieve, transparante en democratische
Conventie.
Uitgesproken tekst geldt
