Verdrag van Nice

Behandeling van het Verdrag van Nice op 18 december 2001

Het Verdrag van Nice vindt z'n oorsprong in het Verdrag van Amsterdam.
Een van de doelen van het Verdrag van Amsterdam was om de geloofwaardigheid van de Europese integratie in de ogen van de burgers te herstellen. Meer openheid, meer democratische controle, meer beslissingsbevoegdheid voor het Europese parlement. Dat is in Amsterdam mislukt en nu weer in Nice. Het Verdrag van Nice heeft er niet toe bijgedragen om het Europese integratieproces meer draagvlak bij de burgers te geven. Dat is de zoveelste gemiste kans. De Europese burgers lopen niet warm voor deze EU, het interesseert de mensen weinig, mensen geloven er niet in. Een ver van m'n bed show. Een democratisch, sociaal en duurzaam Europa is nog heel ver weg.

In 1999 begon ik de behandeling van het Verdrag van Amsterdam als volgt: "Het Verdrag van Amsterdam laat zich lezen als een onverteerbare reclametekst van havermout met een scheut levertraan. Het schijnt goed voor je te zijn en je schijnt er gezond groot van te worden. Het grote nadeel is dat er geen doorkomen aan is. " Het verdrag van Nice is niet veel beter. Het is volgens een aantal deskundigen, het moeilijkst leesbare verdrag ooit en voor meerdere interpretaties vatbaar. Vereenvoudiging van verdragen, om de inzichtelijkheid en de toegankelijkheid te verbeteren, is geen overbodige luxe. Het is goed dat dit onderwerp op de post Nice agenda terecht is gekomen. Beter laat dan nooit.

De Amsterdamse kliekjes moesten weggewerkt worden in Nice. Het gaat dan over de samenstelling van de commissie, de stemmenweging in de Raad en de werkingssfeer van de (gekwalificeerde) meerderheidsbesluitvorming. In het Verdrag van Nice wordt de uitbreiding van de EU in elk geval formeel mogelijk gemaakt. Voor twaalf kandidaat-lidstaten, van Estland tot Cyprus, zijn nu stemmen en zetels gereserveerd binnen de Europese instellingen. Dat is een historische stap. De bijbehorende hervorming van de EU is tot het allernoodzakelijkste beperkt gebleven. De visionairen zaten in Nice bij de oogarts. De uitbreiding werd veeleer als een historische noodzaak gezien dan als een gemeenschappelijk politiek project dat de leiders van de EU-landen ertoe brengt hun uiteenlopende nationale belangen te overstijgen.

De behandeling in de Eerste Kamer van het verdrag van Nice vandaag, heeft iets gedateerds en lijkt op het met grote tegenzin opeten van te vaak opgewarmde kliekjes. De minister en de staatssecretaris waren het afgelopen weekend volop in discussie over de post-Nice agenda. De leden van deze Kamer willen eigenlijk het liefst alles weten en vragen over de verklaring van Laken: hoe gaat de EU de legitimiteitscrisis aanpakken, wat is de waarde van Verhofstadts vragencatalogus, hoe gaat een operationeel verklaarde EVDB crisisbeheersingstaken uitvoeren, kan in de slepende kwestie van het EU-octrooi niet gekozen worden voor één standaardtaal (Engels) plus een taal naar keuze (van de octrooivrager), kan er geen loting plaatsvinden voor nieuwe vestingplaatsen van agentschappen et cetera, et cetera.

Vandaag reflecteert de Eerste Kamer over een verdrag waarvan de houdbaarheidsdatum al verstreken lijkt. Deze Kamer doet z'n uiterste best om het Verdrag voor 1 januari af te handelen. Grote haast lijkt geboden. Waarom eigenlijk? Wat was er op tegen geweest om het verdrag in januari te behandelen? Het enige wat ik kan verzinnen is dat het in Nederland vanaf 1 januari mogelijk is om een referendum over het verdrag te organiseren. Niet dat ik me dat kan voorstellen, maar goed, het is in principe mogelijk. Is dit de reden geweest voor deze overhaaste behandeling?

De inbreng van GroenLinks vandaag zal zich richten op de twee punten waarop wij dit verdrag beoordelen. (Eén) Is de Unie met dit Verdrag klaar voor de uitbreiding en (twee) wordt het communautaire karakter van de Unie versterkt.

Technisch gezien is de Unie met dit verdrag klaar voor uitbreiding.
In principe moet het verdrag door alle lidstaten geratificeerd worden wil de uitbreiding werkelijk doorgang vinden. De Ierse bevolking heeft zich in een referendum tegen dit verdrag uitgesproken. Dit hoeft de uitbreiding niet tegen te houden, de uitbreiding kan juridisch doorgaan zonder ratificatie van Ierland. De staatssecretaris acht dit, terecht, politiek uitgesloten.
Voor de Ieren betekent een nee voor het eerste referendum, het uitschrijven van een tweede referendum begin volgend jaar. Of dit Europa dichter bij de burger brengt waag ik te betwijfelen. Het is niet direct een teken dat de burgers werkelijke inspraak hebben. Je hoeft maar met een Deen te praten of de cynische opmerkingen over referenda vliegen je om de oren. Mensen keren zich van Europa af, zijn tegen de uitbreiding, zijn bang voor onstabiliteit en onveiligheid. Nationale belangen vertolkt door populistische politici scoren hoog in de publieke opinie. Zo wordt de kloof tussen Europa en haar burgers, tussen Europese politiek en nationale politiek, een duurzame kloof.
Voorzitter, GroenLinks is voor duurzaamheid, maar niet voor dit soort duurzaamheid. Echt begrip voor Europa creëren krijg je m.i. door controversen te zoeken. Dan wordt Europa een uitdaging, een spannend, levend debat met een eigen winst en verliesrekening. Nu lijkt de EU regelmatig een club gladstrijkers.

Is de EU in Nice nu voldoende voorbereid op de uitbreiding? De kliekjes van Amsterdam zijn weggewerkt, maar de resultaten van Nice houden niet over. Het is goed dat de Commissie in de (verre) toekomst minder leden zal tellen dan er lidstaten zijn, maar dat geldt pas wanneer er 27 lidstaten zijn. Daarna zal het aantal commissarissen lager zijn dan het aantal lidstaten. Hoeveel lager is nog niet bekend, hoe het rotatiesysteem eruit gaat zien, ook niet.
Iedereen heeft eind vorig jaar in de kranten kunnen lezen dat er in Nice een nieuwe stemmenverdeling in de Raad was afgesproken (Nederland één stem meer dan België). Dat is wat is blijven hangen van de Top van Nice. Er is meer afgesproken. Voor een (beperkt) aantal onderwerpen is nu besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid ingevoerd. De besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid in de Raad is moeilijker, minder transparant en minder logisch geworden. De verhoogde drempel van de gekwalificeerde meerderheid en het nieuwe bevolkingscriterium zijn daar voorbeelden van. Tevens zijn er in Nice afspraken gemaakt over nauwere samenwerking, over het Hof van Justitie en het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid. Onderwerpen die uitgebreid in de Tweede Kamer en op de top van Laken aan de orde zijn geweest.

Het Europees Parlement kan in de toekomst maximaal 732 leden hebben, een uitbreiding van 106 leden. Ik ben het eens met de minister dat de berekening van het aantal zetels in het Europees parlement en de toe te passen correctiefactor een uitermate ingewikkelde materie is die gepaard gaat met zeer ingewikkelde berekeningen. Zou de minister mij nog een keer uit kunnen leggen hoe uiteindelijk de zetelverdeling in de periode 2004 - 2009 zijn beslag krijgt? Dat een en ander in een nader raadsbesluit wordt uitgewerkt op basis van de stand van zaken in het uitbreidingsproces lijkt me duidelijk. Er is een raadsbesluit nodig waarin de correctiefactor wordt uitgewerkt. Maar hoe gaat dit in z'n werk? In de nota naar aanleiding van het verslag schrijft de minister dat de nieuwe stemmenverdeling besproken zal worden met de nieuwe toetreders. Als hierover een afspraak gemaakt wordt, dan wordt dat in het toetredingsverdrag vastgelegd. Dit betekent dat elke nieuwe toetreder de mogelijkheid heeft om te onderhandelen over het aantal stemmen bij toetreding. Hoe verhoudt het Raadsbesluit zich tot de in het toetredingsverdrag afgesproken, stemmenweging?
Het principe "gelijkheid" van staten, elke staat één stem, is niet van toepassing in de Europese Unie. Hierover is door de heer van Middelkoop in de TK al het nodige opgemerkt. Alles overziend een vreemde gang van zaken. In het Verdrag van Nice is een stemmenweging afgesproken op basis van het inwonersaantal. Het BNP of de human development index had ook het uitgangspunt kunnen zijn. Vanuit volkenrechtelijk principe heeft elke staat recht op één zetel. Zie de VN. Het had de Unie heel wat ingewikkeld rekenwerk bespaard om dit principe over te nemen. Daar komt bij dat het democratisch gezien onaanvaardbaar is dat nieuwe lidstaten, zoals Tsjechië en Hongarije, minder EP zetels krijgen dan België, Portugal en Griekenland. Landen met ongeveer evenveel inwoners. Aangezien de afgesproken stemmenweging niet juridisch bindend is en het slechts een standpunt is van de huidige EU, hebben Hongarije en Tsjechië het recht (en ook gelijk) als ze de stemmenverdeling onderdeel van het toetredingsverdrag maken? Graag een reactie.

De gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming.
Over het uitgangspunt dat bij gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming door de Raad, een co-decisie recht van het Europees parlement hoort, is geen verschil van mening tussen regering en parlement. Dat is mooi en betekent meer democratie. In Nice is voor een beperkt aantal gevallen besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid ingevoerd, zonder co-decisie recht voor het parlement. Dit geldt voor bijvoorbeeld de handel in diensten, inclusief intellectueel eigendom. De Raad kan hier met gekwalificeerde meerderheid besluiten nemen. Het nationale parlement en het EP staan buiten spel. Dit was vóór Nice niet het geval, toen was er sprake van het unanimiteitsbeginsel. Een groter democratisch gat lijkt me. Is dit gat in Laken gerepareerd? De tekst over de handelspolitieke bevoegdheden van de Gemeenschap (artikel 133, 5-7 EG) blinkt niet uit in duidelijkheid. Er zijn veel woorden, nuances, verklaringen en uitzonderingen nodig om duidelijk te maken waar overeenstemming over is bereikt.
Bij verdragen (bedoeld in art. 24) die puur op het terrein van de Europese Unie liggen en die alleen door de Europese Unie worden gesloten hoeven de nationale parlementen niet in te stemmen omdat die hier geen rol spelen. Het Europees Parlement wordt slechts geraadpleegd. Het ligt toch voor de hand dat het EP instemmingsrecht heeft op verdragen die vanuit de EU afgesloten worden? Het is de normaalste zaak van de wereld dat wanneer Nederland een verdrag afsluit, het parlement medebeslissingsrecht heeft. Bij het afsluiten van handelsakkoorden wordt het EP helemaal niets gevraagd.
Tijdens de behandeling van het Verdrag van Amsterdam heb ik vragen gesteld over de inzet van de Nederlandse regering bij de eerstkomende verdragsherziening als het gaat over handelspolitiek. Werkelijke macht voor het EP, in de vorm van medebeslissings- of instemmingsrecht, of louter verplichte raadpleging? In Nice leidde dit tot een vergroting van het democratisch gat bij de besluitvorming genoemd in artikel 133. Nogmaals de vraag: Wat is de inzet van de Nederlandse regering bij de eerstkomende verdragsherziening in deze?

Versterking communautaire karakter.
Mijn fractie blijft het betreuren dat de Europese Commissie, het Europees parlement en overigens ook het Europese Hof van Justitie ook na Nice een marginale rol vervullen in de tweede pijler. Ik heb het hier ook in het Europadebat over gehad en kan nu kort zijn. De functie van Hoge Vertegenwoordiger hoort bij de Commissie ondergebracht te worden. De regering schrijft, in de nota n.a.v. het verslag, dat ze met belangstelling uitkijkt naar een debat in de Staten Generaal over parlementaire betrokkenheid bij het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid.
Het EVDB, zoals dat momenteel door de EU wordt ontwikkeld, moet in de optiek van GroenLinks, samen met het Europees parlement ontwikkeld worden. De start van een militaire vredesoperatie moet instemming krijgen van het Europees parlement. Daarna vindt goedkeuring van de nationale bijdrage plaats door de nationale parlementen. Dit kan alleen als de besluitvorming op een transparante wijze tot stand komt. Openheid van de besluitvorming vergroot de legitimiteit. Op deze manier is publieke controle mogelijk. Ik ga er dan vanuit dat openbaarheid van de raadsvergaderingen hierbij een vereiste is.

Het verdrag van Nice is een verdrag om snel te vergeten. De resultaten van Nice zijn beperkt te noemen. Iedereen is het daar wel over eens. Het Verdrag is nog niet geratificeerd of een nieuwe IGC dient zich al aan, voorafgegaan door een Conventie onder leiding van de bejaarde Giscard d'Estaing. Het kan een interessante conventie worden. Van groot belang is dat de Conventie de vrijheid heeft gekregen om behalve opties ook consensusvoorstellen te presenteren. Het slotdocument van de Conventie zal, samen met het resultaat van de nationale debatten over de toekomst van de EU, het uitgangspunt vormen voor de besprekingen in de IGC. Een stap voorwaarts en dat moet ook. De legitimiteit van de EU en haar instituties staat op het spel.

GroenLinks zal niet tegen het Verdrag van Nice stemmen. Het Verdrag van Nice, met al zijn tekortkomingen, regelt de uitbreiding van de EU. De kandidaat-lidstaten mogen niet het slachtoffer worden van de onwil van de huidige lidstaten om de EU te democratiseren.
Havermout met levertraan. Noodzakelijk? Gezond? Het schijnt nodig te zijn, het schijnt te moeten. We werken het zo snel mogelijk weg, met de ogen dicht. Op naar een constructieve, transparante en democratische Conventie.

Uitgesproken tekst geldt

Dagboek Archief

Aangedreven door Movable Type 4.38