Plenaire bijdrage de begroting Buitenlandse Zaken -Ontwikkelingssamenwerking, 19-02-2002
Oorlog tegen het internationaal terrorisme.
Waar gaat deze oorlog, deze strijd tegen het internationaal terrorisme
over? Waar vechten we eigenlijk voor? Voor de beschaving, zegt Bush.
Voor de internationale rechtsorde, zegt Solana. En wat is dan
beschaving? Is dat iets van de Westerse landen, iets dat Islamitische
landen niet kennen?
Wat stelt "onze" beschaving voor als dat gepaard gaat met schendingen
van mensenrechten, met inperkingen op het gebied van vrije
meningsuiting? Wat is beschaving waard als de zogenoemde "beschaafde"
landen zich er zelf niet veel van aantrekken. Alleen eigenbelang lijken
na te streven. Als ze geen lid worden van bijvoorbeeld het
internationaal strafhof en hun "oorlogsgevangenen" op Guantánamo Bay
niet behandelen volgens de Conventie van Geneve?
De State of the Union was doorspekt met oorlogsretoriek. De
Amerikaanse president ziet de buitenlandse - en binnenlandse politiek
vooral in militaire termen. "We zullen deze oorlog winnen en de
recessie verslaan". Reagan's "Rijk van het kwaad" heeft plaatsgemaakt
voor de "As van het kwaad". Het hele Amerikaanse beleid is gericht op
militaire bestrijding van het terrorisme, de nieuwe doctrine. Het
Amerikaanse defensiebudget wordt met 48 miljard dollar verhoogd. Dit is
meer dan de gezamenlijke defensiebudgetten van Engeland en Frankrijk
samen. Het bedrag is in hoogte ongeveer gelijk aan de totale jaarlijkse
ontwikkelingsinspanning van 56 miljard dollar en meer dan de helft van
de 78 miljard dollar die ontwikkelingslanden jaarlijks aan rente en
aflossing moeten betalen aan hun westerse schuldeisers. Begin jaren
negentig van de vorige eeuw was er nog een wijdverbreid internationaal
geloof dat met het eind van de koude oorlog, veel , heel veel geld zou
vrijkomen om te besteden aan duurzame ontwikkeling, mondiale gezondheid
en armoedebestrijding. Van dit zogenaamde vredesdividend is pakweg een
decennium later weinig overgebleven. En hoewel sinds 11 september en
het gelegde verband tussen terrorisme en extreme armoede de
topconferentie Financing for Development wél iets moet opleveren is het
zeer de vraag of die extra 50 miljard dollar er zullen komen. De VS had
zijn defensieverhoging beter hier aan kunnen besteden.
De voedingsbodem van het terrorisme, de hervorming van de VN, het
streven naar multilateralisme, het Palestijns-Israelisch conflict; het
zijn allemaal zaken die terzijde worden geschoven. Hierin schuilt een
groot gevaar. Juist deze Bush politiek is de voedingsbodem voor een
verwijdering tussen de wereld en de VS en hiermee wordt haat tegen de
VS gezaaid. Met recht noemt de Franse minister van buitenlandse zaken,
de heer Vedrine de VS een hypermacht. Deze kwalificatie is echter
uitermate negatief. De Amerikanen moeten hun rol op het wereldtoneel
ruimer zien. De EU zal de VS duidelijk moeten maken dat om het kwaad
van het terrorisme te bestrijden andere middelen waarschijnlijk
effectiever zijn dan ongelimiteerde uitbreiding van het wapenarsenaal.
Dat leidt alleen maar tot meer in plaats van minder anti-Amerikaanse
gevoelens.
Anti-Amerikaanse gevoelens zijn niet van vandaag, maar zijn diep geworteld. Niet alleen in het Midden Oosten, maar ook op andere plekken in de wereld. De onvoorwaardelijke steun van de VS aan Israël is een van de belangrijkste redenen. Het onrecht tegen de Palestijnen heeft diepe sporen achtergelaten. Daarnaast hebben de VS een direct Amerikaans belang geformuleerd in het Midden Oosten, namelijk het veiligstellen van de olietoevoer naar westerse landen. Om die reden steunen zij de regimes die de stabiliteit kunnen garanderen waarbij de meest afschuwelijke regimes gesteund worden via militaire, financiële en technologische middelen.
Bij de coalitievorming tegen internationaal terrorisme wordt samengewerkt met veel landen die niet democratisch genoemd kunnen worden. Tot nu toe was er van Nederlandse zijde veel kritiek op het beleid van deze landen tegenover internationaal terrorisme. Zij zijn nu ineens bondgenoot. Dat is een belang van korte termijn dat niet mag prevaleren boven het idee van de lange termijn dat democratisering en respect voor mensenrechten het beste antwoord zijn op iedere vorm van extremisme. Momenteel grijpt een aantal regeringen de strijd tegen het terrorisme als een vrijbrief om hard op te treden in eigen land. Om zogezegd orde op zaken te stellen. Tsjetsjenen, Koerden, Palestijnen, Tamils worden met nog meer geweld 'bestreden'.
Handhaving van internationale mensenrechten moet juist in deze tijd
hoog op de agenda staan. Nederland kan daarin een rol spelen. In de
mensenrechtennotitie van de regering ontbreekt een aantal zaken. De
notitie rept niet over een nationaal mensenrechteninstituut. Dergelijke
instituten zijn er momenteel in de meeste Scandinavische landen.
Duitsland heeft ook zo'n instituut. Deze instituten spelen een
essentiële rol in het kader van buitenlands en binnenlands beleid.
Ondanks oproepen van de VN en de Raad van Europa heeft Nederland nog
niet tot oprichting van een nationaal mensenrechteninstituut besloten.
Mijn vraag is: waarom gebeurt dit niet?
Burgers in conflictgebieden hebben recht op bescherming van hun
internationale humanitaire rechten zoals vastgesteld in de Geneefse
Conventie. Burgers worden in binnenlandse conflicten steeds meer
doelwit van het geweld en instrument in de oorlogsvoering. Neem
Tsjetsjenië, Sierra Leone, Congo. Veel regels uit de Geneefse Conventie
zijn van toepassing op conflicten tussen staten en niet op interne
conflicten. De Nederlandse regering dient zich actief in te zetten voor
de uitbreiding van het humanitaire recht. Het toezicht op de naleving
van de Geneefse Conventie moet worden verbeterd, bijvoorbeeld de
individuele strafbaarstelling van oorlogsmisdrijven.
Conflict Midden-Oosten:
De situatie in het Midden-Oosten
is zwaar verslechterd sinds Israël Sharon als premier gekozen heeft.
Het afgelopen jaar is, sinds 20 jaar, het meest gewelddadige geweest.
Over zinloos geweld gesproken.
Israël wordt behandeld als een staat die boven de wet staat.
Schendingen van mensenrechten en van het internationaal recht hebben
tot dusver geen politieke consequenties. Als het gaat over schendingen
van mensenrechten in bijvoorbeeld Zimbabwe dan worden daar politieke
consequenties aan verbonden. Voor Israël gelden andere regels. Debatten
over dit onderwerp, in de Tweede Kamer, in de Raad van Europa, komen op
een doodlopend spoor omdat de conflictpartijen als twee gelijken worden
gezien. Dat het gaat om een verhouding tussen de bezetter en een volk
onder bezetting wordt dan gemakshalve vergeten. Deze omslag moet echter
gemaakt worden. De internationale gemeenschap kan alleen geloofwaardig
in het conflict interveniëren als zij kiest voor het strikt hanteren
van het internationaal recht. Dit betekent stopzetting van de bouw en
uitbreiding van de nederzettingen, van het voortdurend herbezetten en
vernielen van Palestijns gebied en het staken van de
buitengerechtelijke executies.
Gelukkig erkent de minister van Buitenlandse Zaken dat het liquideren
van Palestijnse activisten zonder een vorm van proces, een ernstige
inbreuk is op de mensenrechten. Wat doet de minister concreet met deze
constatering?
Als Israël structureel onderhandelingen blijft blokkeren, zijn er mogelijkheden voor de Nederlandse regering en de EU om de staat Israël met het beroep op het internationaal recht en het respect voor de mensenrechten ter verantwoording te roepen. Juist nu moet Israël, met gerichte acties duidelijk gemaakt worden dat politiek en economisch isolement de prijs is die betaald moet worden voor voorzetting van haar beleid.
De EU zal haar beleid richting Israël moeten vervangen door
consequente internationale mensenrechtenpolitiek zoals ze dat wel doet
naar bijvoorbeeld Zimbabwe. Geen dubbele maatstaven.
Nederland oefent in EU-verband via het Verdrag van Cotonou druk uit op
de regering van Zimbabwe. Volgens het Cotonou-akkoord tussen de EU en
de ASC-landen zijn sancties mogelijk als mensenrechten worden
geschonden en er geen goed beleid gevoerd wordt.
Zimbabwe staat aan de vooravond van de presidentsverkiezingen. De
oppositie wordt op een gewelddadige manier onderdrukt, de persvrijheid
wordt met vérgaande wetten aan banden gelegd, buitenlandse journalisten
mogen het land niet meer in. Met betrekking tot zowel Zimbabwe als
Israël vormt de toelating van internationale waarnemers een heet
hangijzer. Wil Zimbabwe sancties voorkomen dan moet Mugabe eerlijke en
vrije verkiezingen houden en daarbij internationale waarnemers
toelaten. Ook met betrekking tot het conflict in het Midden-Oosten zijn
internationale waarnemers nodig. De EU heeft daar geen bezwaar tegen,
Israël des te meer en weigert instemming.
"De wereld vraagt ons om stellingname", zei minister van Aartsen
tijdens zijn openingstoespraak op de ambassadeursconferentie. Hij
stelde dat Europa er niet voor moet terugschrikken om instrumenten
waarover de Unie beschikt te gebruiken om invloed uit te oefenen. Grijp
uw kans, zou ik zeggen. Een aantal instrumenten kan zo worden ingezet.
Sinds de ratificatie van het Associatieverdrag tussen de EU en Israël
heeft Israël de regels met voeten getreden. Artikel 2 van het
Associatieverdrag bepaalt dat "respect voor de mensenrechten en het
democratisch mechanisme" een essentieel element in het verdrag is. De
EU erkent Israël's veiligheidsbehoefte maar zegt dat deze "uitgevoerd
moeten worden met respect voor de mensenrechten.' Verschillende
Israëlische, Palestijnse en internationale organisaties hebben een
grote hoeveelheid van schendingen van mensenrechten gedocumenteerd.
Waarom wordt het EU-Associatieverdrag niet opgeschort? Desnoods
tijdelijk. Er hebben immers meer dan voldoende schendingen van
mensenrechten plaatsgevonden.
De landen die zich hebben aangesloten bij de Conventie van Geneve
moeten nu bij elkaar kunnen komen. Maatregelen tegen misbruik van
handelspreventie en initiatieven voor de stationering van
mensenrechtenwaarnemers zijn mogelijkheden die ingezet kunnen worden.
Hoe staat de minister tegenover de waarnemingen van United Civilians
for Peace? Kunnen die op ondersteuning van het ministerie rekenen?
In de Raad van Europa heb ik een motie ingediend om te komen tot een
internationale conferentie omtrent de vluchtelingenproblematiek in het
Midden-Oosten. Enige steun bij deze actie kan ik wel vanuit Nederland
gebruiken. Is de minister bereid zich achter deze motie te stellen en
in het comité van Ministers te pleiten voor een dergelijke conferentie?
Nederland staat aan de vooravond van een reeks voorzitterschappen waaronder de Raad van Europa. Juist nu is stellingname nodig.
Ontwikkelingssamenwerking:
Iedereen is het er over eens: Herfkens heeft de kussens in
ontwikkelingsland behoorlijk opgeschud. Een flink aantal heilige
huisjes is inmiddels omver geschopt. Nieuwe begrippen waren aan de orde
van de dag. Maar wat heeft het allemaal opgeleverd?
Ik heb al vaak gesproken over de landenlijst van de minister en dan met name over het begrip goed bestuur.
Ruanda staat nu op de landenlijst. Ik heb daar weinig problemen mee.
Zeker omdat met Ruanda afspraken met betrekking tot goed bestuur
neergelegd worden in een memorandum of understanding. Het afsluiten van
een dergelijk memorandum betekent in mijn ogen dat er sprake is van
gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Beide partijen maken afspraken
waar ze zich aan willen houden. Het begrip goed bestuur is niet meer
het startpunt, maar kan fungeren als een einddoel. Een goede zaak. Wat
zijn de wederzijdse verplichtingen in het memorandum. Met andere
woorden: waar kan Ruanda ons aan houden en waar houden wij Ruanda aan?
Gaat de minister nu ook met de andere landen op haar lijstje zo'n
memorandum afsluiten? Op weg naar nieuwe vormen van
ontwikkelingssamenwerking.
Dat brengt me op de Duurzame Ontwikkelingsverdragen. Ooit zo'n nieuwe vorm van ontwikkelingssamenwerking.
In
1996 zijn de zgn. Duurzame ontwikkelingsverdragen door de Eerste kamer
goedgekeurd. Verdragen, afgesloten met Bhutan, Costa Rica en Benin met
als uitgangspunt gelijkwaardigheid, participatie en wederkerigheid als
instrument om te komen tot duurzame ontwikkeling. In de EK was er
vooral verzet van het CDA en VVD voor deze verdragen. Het kon toch niet
zo zijn dat mensen uit Costa Rica in het kader van wederkerigheid
kritiek uit konden oefenen op Nederland, op het milieubeleid, of iets
zouden kunnen zeggen over de uitbreiding van Schiphol. Kortom, onder de
bezielende leiding van de heer van Gennip is er weinig overgebleven van
het experiment om op een andere manier te kijken/om te gaan met
relaties met ontwikkelingslanden.
Duurzame ontwikkeling is meer dan armoedebestrijding, meer dan ontwikkelingssamenwerking. In de Verkenning van het Rijksoverheidbeleid in het kader van de nationale strategie voor Duurzame Ontwikkeling komen de volgende thema's aan de orde: bevolking, klimaat, water, biodiversiteit en kennis. Duurzame ontwikkeling vergt internationale samenwerking, samenhang door een integrale afweging tussen economische, sociale en ecologische aspecten, lange termijn denken en samenwerking tussen verschillende actoren (overheden, bedrijfsleven, wetenschap en burgers). In september wordt in Johannesburg de VN conferentie over Duurzame Ontwikkeling gehouden. Belangrijke onderwerpen voor Nederland zijn: duurzame productie en consumptie, armoedebestrijding, duurzame draagkracht van ecosystemen, gezondheid, een doelmatig bestuur en goede financieringsstromen. Goede en belangrijke onderwerpen. Gewerkt zal worden aan een 'global contract'. Prima.
Laat ik toch altijd gedacht hebben dat Nederland hierin voorop liep
en wel met de Duurzame Ontwikkelingsverdragen. De DOV's hadden en
hebben namelijk betrekking op een internationaal proces om nationale
strategieën voor duurzame ontwikkeling te ondersteunen en dat
overstijgt ontwikkelingssamenwerking. Verdragen die afgesloten zijn met
als uitgangspunten: wederkerigheid, participatie en gelijkwaardigheid
tussen Nederland en de drie verdragspartners, Bhutan, Benin en Costa
Rica. Verdragen die niet ongeschonden door de Eerste Kamer zijn
gekomen, maar toch .. er waren nog voldoende aanknopingspunten om er
wat van te maken. In de verkenning kom ik één zin tegen over de DOV's
op pagina 54 "De samenwerking met Bhutan, Benin en Costa Rica op het
gebied van duurzame ontwikkeling wordt voortgezet". Dit staat er wel,
maar is dat wel zo? Moet daar niet veeleer staan "voorzover de
afgesloten verdragen met deze landen passen in de doelstelling van
ontwikkelingssamenwerking"? Dat is toch nu de opstelling van de
minister? Ik kreeg niet echt het idee uit het kamerdebat dat de
minister nu voortvarend aan de slag gaat met de broodnodige verbreding
van de verdragen. Over integraal beleid gesproken.
Uit de evaluatie van de DOV's is gebleken dat er van de gewenste
verbreding niet veel terechtgekomen is, dat de implementatie van de
verdragen slechts in beperkte mate van de grond gekomen is. De
voornaamste reden voor dit beperkte resultaat liggen, volgens de
evaluatoren, in een niet adequate institutionele ophanging en in de
beginfase onvoldoende uitwerken van het begrip duurzame ontwikkeling en
de uitgangspunten wederkerigheid, gelijkwaardigheid en participatie.
Ook de minister, en in haar kielzog het Joint Committee, vindt op 11
mei dat er een verbreding plaats moet vinden van de institutionele en
financiële inbedding van de DOV's. De DOV's zouden niet meer bij OS
moeten worden ondergebracht maar bij voorkeur bij een instantie die
zich bezig houdt met Nationale Strategie voor Duurzame Ontwikkeling. In
Nederland wordt de NSDO opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de
Minister-president. De DOV's zouden institutioneel aangehaakt kunnen
worden bij de nog op te richten eenheid die zorg moet dragen voor de
implementatie van de NSDO.
Na de Tweede Kamerbehandeling is er weinig meer overgebleven van de aanbevelingen van de evaluatoren. In een brief van 17 november 2001 geven twee voormalig bestuursleden van ecorporation, de heer Frans Peters en mevrouw Ria Beckers, ongezouten kritiek op de gang van zaken. Het debat in de Tweede Kamer over dit onderwerp was voor hun aanleiding om hun advieswerkzaamheden, in dit kader, te beëindigen. "Voor ons betekent het recent kamerdebat het einde van een gedurfd, maar interessant experiment, dat is gesmoord in (ambtelijke) onwil en stroperigheid en in het beperkte zicht van de eerstverantwoordelijke minister". In de ogen van deze bestuursleden zijn de verdragen er alleen nog formeel. De verdragen blijven bestaan "als een lege huls". In de bilaterale samenwerking tussen de vier landen is met een begin van succes een koppeling gemaakt tussen milieu en armoede bestrijding. Die gezamenlijke benadering had functioneel kunnen zijn bij de - noodzakelijke - pogingen om duurzame ontwikkeling hoger op de nationale en internationale agenda te krijgen.
Voorzitter, GroenLinks vind Duurzame Ontwikkeling erg belangrijk
Duurzame ontwikke-ling stelt de traditionele grenzen tussen ontwikkeld
en onder-ontwikkeld, tussen Noord en Zuid ter dis-cussie. Dat is een
goede zaak. De weg naar 'duurzaamheid' in het Noorden is minstens zo
lang als die van het Zuiden naar ontwikkeling. Vanuit dat besef
vervagen de grenzen tussen donor en ontvanger en komt gelijkwaardigheid
in zicht.
Ik heb de Verkenning over dit onderwerp met belangstelling gelezen.
Maar wat moeten wij nu met de duurzame ontwikkelingsverdragen?
Verdragen die alleen onderdak hebben bij OS, verdragen die door deze
nieuwe invulling een lege huls zijn, een reden voor bestuursleden om op
te stappen. Verdragen die door minister Pronk op een nieuwjaarsreceptie
omschreven zijn als volgt: "De DOV's zijn de afgelopen jaren verloederd
door politieke ongelukken. Daarom zijn er nieuwe structuren nodig in
dit land". Een integrale aanpak is gewenst, conform de totstandkoming
van de verkenning. Deze is gemaakt onder een Ministeriële Regiegroep
onder voorzitterschap van de MP, met als leden de minister van EZ, van
Grote Stedenbeleid en VROM. Waar was de minister van
Ontwikkelingssamenwerking met al haar ervaring met de DOV's?
Deze minister houdt niet van, in haar ogen, overbodige zaken. Dat
hebben we de afgelopen vier jaar gemerkt. Voor de activiteiten die nu
in het kader van de DOV's uitgevoerd worden, heb je geen verdragen
nodig. Benin wordt toegevoegd aan de landenlijst, activiteiten in
Bhutan worden toegevoegd aan de DML-lijst en in Costa Rica worden de
activiteiten in vijf jaar afgebouwd gezien hun relatief hoge BNP. Dus
na vijf jaar sowieso exit verdrag. Of zie ik dat verkeerd? De DOV's in
deze vorm zetten geen zoden aan de dijk. Waarom een verdragsrelatie?
Wat is de meerwaarde? Hoe blaast de minister nieuw leven in de DOV's?
Ze zullen echt uitgebreid moeten worden naar VROM, LNV, EZ. Hoe staat
het met onderbrenging bij de NSDO? En als dat allemaal niet kan, waarom
worden ze dan niet opgezegd?
GroenLinks heeft altijd geloofd in dit experiment en vindt dat de
achtergrond gedachte van de DOV staat als een huis. We zien dat terug
in de NSDO. De DOV's van vandaag zijn onze DOV's niet meer.
Dit brengt me op mijn laatste punt.
22 jaar duurt de oorlog in Afghanistan. De afgelopen 22 jaar zijn er
duizenden mensen omgekomen bij bombardementen op hun huizen, hun
scholen, hun ziekenhuizen, hun alles. Tussen 1992 en 1995 werden er in
Kabul 25.000 burgers gedood. Elk jaar komen bij het Rode Kruis
duizenden slachtoffers van landmijnen, het merendeel kinderen.
Miljoenen Afghanen zijn vluchteling in Pakistan en Iran. Het aantal
binnenlandse ontheemden is net zo hoog. De oorlog is nog steeds aan de
gang. Mensenrechten worden nog steeds geschonden. Niet alleen in
Afghanistan zijn mensen ontheemd en op de vlucht. Wereldwijd zijn er
meer dan 21 miljoen vluchtelingen en zijn er tussen de 20 en 25 miljoen
ontheemden.
Meer dan 300.000 kinderen worden wereldwijd ingezet in gewapende
conflicten. Daarnaast worden honderdduizenden kinderen gerekruteerd
voor zowel regeringstroepen als paramilitaire milities en
guerrillabewegingen. De Coalitie tegen het Gebruik van Kindsoldaten
becijferde dat de minderjarigen wapens dragen in 85 landen. De meesten
tussen de 15 en 18 jaar oud. Hoe staat het met de motie van de Tweede
Kamer waarin gevraagd wordt om binnen twee jaar in Nederland de werving
van soldaten onder de 18 jaar stop te zetten en het nieuwe
internationale verdrag tegen kindsoldaten te ratificeren? De motie moet
uiterlijk 14 februari 2002 worden uitgevoerd. Is dat gebeurd?
We kunnen ons geen vergeten conflicten meer veroorloven. Onze
beschaving is niets waard als dat gepaard gaat met armoede, honger,
oorlogen en schendingen van mensenrechten. Conflictpreventie, in de
brede zin van het woord, is een eerste prioriteit en moet structureel
onderdeel worden van het Nederlandse buitenland beleid,
veiligheidsbeleid en ontwikkelingssamenwerkingbeleid.
Ontwikkelingssamenwerking is anders dweilen met de kraan open.
Wordt het trouwens niet zo langzamerhand eens tijd om van die naam
ontwikkelingssamenwerking af te komen? Ik heb dat al vaker bepleit. De
samenhang tussen veiligheid, democratie, mensenrechten, handel en
milieu in combinatie met armoedebestrijding is aanleiding genoeg. De
relatie tussen ontwikkelingsproblematiek en migranten, vluchtelingen en
milieu is groot. Een nieuw op te richten ministerie van Internationale
Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling lijkt me wel wat.
Uitgesproken tekst geldt
