Russische misdaden mogen niet beloond worden

| Geen reacties

Tsjetsjenië is uit het nieuws. Het lot van een miljoen ontheemden is nauwelijks voor te stellen, te meer omdat vrijwel geen buitenlandse waarnemers of journalisten worden toegelaten. Onlangs kon een delegatie van de Raad van Europa het noordwesten van het land met eigen ogen zien dat de situatie van de burgerbevolking nog altijd rampzalig is. Ans Zwerver en Ruth-Gaby Vermot-Mangold betogen dan ook dat de Raad van Europa het stemrecht aan de Russische delegatie nog niet mag teruggeven.

Op een zijspoor bij Sernovodsk in het noordwesten van Tsjetsjenië staan 47 treinwagons waarin tweeduizend mensen opeengepakt onderdak hebben gevonden. Vooral vrouwen, kinderen en oude mannen, de meesten gevlucht uit de verwoeste hoofdstad Grozny.
Sernovodsk is zelf al een mistroostig dorp, maar dit langgerekte treindorp is nog erbarmelijker. Vrouwen beginnen huilend hun verhaal te vertellen; hun vluchtgeschiedenis, de klachten over de levensomstandigheden in de trein, de armoe, de onzekerheid. Ze wijzen op hun zieke kinderen die diarree hebben, verkouden zijn of andere longaandoeningen hebben. Er heerst open tuberculose en hepatitis A. Medicijnen zijn er niet.
De wagons zijn smerig, grauw en uitgeleefd. Afwas staat aangekoekt op de grond. De mensen slapen op de smalle, harde banken. Er zijn onvoldoende dekens, er is onvoldoende ruimte. Koud water is schaars, warm water afwezig. De wc's zijn uit de trein gesloopt.
Buiten is het steenkoud. Er is te weinig winterkleding. Het voedsel is eenzijdig: meel, rijst en gehakt uit blik. Wie groente of vlees wil moet zijn eigen rantsoen verkopen of ruilen op de zwarte markt waar alles inwisselbaar of te koop is. Jonge vrouwen bieden zich aan in ruil voor medicijnen, voedsel of kleding.
Elders in Tsjetsjenië staan al even troosteloze treindorpen. Achtduizend mensen leven opeengehoopt in 164 treinwagons en daarnaast zijn er tallozen in vluchtelingenkampen en half kapotte schoolgebouwen. Van de anderhalf miljoen inwoners van Tsjetsjenië is in totaal nog altijd een miljoen gevlucht of ontheemd.

Een jaar geleden zagen we dagelijks op de televisie hoe de electorale opmars van Poetin gelijke tred hield met de militaire opmars van het Russische leger naar Grozny. Het Westen keek bezorgd toe, sprak er schande van, maar durfde Rusland niet te hard te vallen.
De sancties bleven beperkt tot speldenprikken. Dit voorjaar ontzegde de parlementaire assemblee van de Raad van Europa de Russische delegatie het stemrecht. In de voorzichtige Europese overlegstructuren is dat overigens al een uitzonderlijke stap. De redenen waren er ook naar: grove schendingen van mensenrechten door het Russische leger, verkrachtingen, martelingen, en de systematische verwoesting van de sociale infrastructuur van onder meer huizen, scholen, ziekenhuizen en elektriciteitscentrales.
De Raad riep de Russische regering op direct een einde te maken aan de terreur van het leger. De vluchtelingen moesten worden voorzien van de eerste levensbehoeften: voedsel, kleding, schoenen, medicijnen, dekens en schoolmateriaal voor de kinderen. Hulpgoederen moesten met minder administratieve rompslomp het land inkunnen, de bevolking moest nieuwe identiteitspapieren krijgen en het moest mogelijk worden naar Grozny te reizen zonder soldaten bij de talrijke checkpoints smeergeld te hoeven betalen.
Op dit moment overweegt de Raad om Rusland het stemrecht terug te geven. Maar is er daarvoor voldoende ten goede veranderd? Met die vraag bezocht een delegatie van de Raad, waarvan wij deel uitmaakten, onlangs Tsjetsjenië.

Onze Russische begeleiders – minister Blokhin voor migratie en nationaal beleid, en Dimitri Rogozin, de Russische delegatieleider bij de parlementaire assemblee van de Raad van Europa – spreken trots over de immense verbetering van de situatie van de vluchtelingen in Sernovodsk, Znamenskoye en de andere kampen. Hoeveel slechter dan dit kan het zijn geweest?
Dat nog niet alles op orde is, wijten zij aan de zware omstandigheden waaronder de nationale en internationale organisaties moeten werken. De wegen zijn onveilig, konvooien worden door de terroristen overvallen, mensen worden ontvoerd. Ontvoerde buitenlanders zijn naar verluid een miljoen dollar waard, terwijl 'inlanders' goed zijn voor driehonderd dollar. Vandaar dat wij tijdens ons bezoek geen stap zonder zwaar bewapende soldaten mogen zetten.
Verbeteringen in de situatie zijn bescheiden en broos. We spreken met Victor Kalamanov, de Russisch presidentieel afgevaardigde voor Mensenrechten en Vrijheid die met drie medewerkers van de Raad van Europa in Znamenskoye is gestationeerd. Hij heeft bereikt dat de corruptie bij de checkpoints is verminderd en zijn team registreert en onderzoekt vermissingen. Ook al geloven veel Tsjetsjenen niet dat het iets uitmaakt, toch hebben ze tot dusver zesduizend klachten ingediend, vaak over misdaden die begaan zijn door de militairen.
Kalamanov zegt 455 van deze klachten aanhangig gemaakt te hebben bij de militaire procureurs. De kans van slagen is echter klein, want klachten over het leger vinden in Moskou geen gehoor. Dat ondervinden naast Kalamanow ook de mensenrechtenorganisaties Memorial en Human Right Watch.

Tsjetsjenië wordt aldus aan zijn lot overgelaten. Internationale organisaties zoals UNHCR zijn afwezig vanwege de instabiele en onzekere situatie en het gevaar voor hun personeel. Internationale waarnemers kunnen alleen onder strenge bewaking het gebied in, en zijn voor hun informatie afhankelijk van de Russische autoriteiten. De pers is niet welkom. Ons verzoek om enkele journalisten met de delegatie te laten meereizen, werd afgewezen.
De grootste slachtoffers zijn de honderdduizenden vluchtelingen in het grensgebied tussen Tsjetsjenië en Ingoesjetië. Hun situatie is alarmerend, des te meer nu het winter wordt. Terugkeer naar het verwoeste Grozny is onmogelijk. Ondanks alle Russische beloften wordt de burgerbevolking onderdrukt. Mannen en jongens worden behandeld als potentiële terroristen. Regelmatig worden ze preventief vastgehouden om te verhinderen dat ze de bergen invluchten 'om de rijen van de Tsjetsjeense rebellen te versterken'.
Vrijwel niemand in Rusland zit ermee dat hier een heel volk crepeert. Niet alleen de Russische ‘man in de straat’ spreekt vol afgrijzen, minachting en haat over de Tsjetsjenen, ook de eerder genoemde Rogozin meent dat 'terroristen' geen mensenrechten kunnen hebben. Dat is geen slip of the tongue, zo denkt in Rusland vrijwel iedereen erover.
En het Westen kijkt nog steeds bezorgd toe. Het drama van de Tsjetsjeense vluchtelingen ebt weg in de aandacht van politici. Een poging van de UNHCR om bij donorlanden twintig miljoen dollar op te halen voor extra hulp leverde slechts iets meer dan de helft op.
Dezelfde verslapping van de belangstelling voor het lot van de Tsjetsjenen zou eind januari ertoe kunnen leiden dat de Raad van Europa Rusland zijn stemrecht teruggeeft. Onze conclusie is dat dit onaanvaardbaar zou zijn. Er is te weinig veranderd in het Rusland van Poetin. De eisen die de Raad het afgelopen voorjaar stelde, zijn nog onverminderd urgent. Als Rusland nu het stemrecht terugkrijgt, zou dat een beloning zijn voor onverschilligheid aan beide zijden.

In Sernovodsk staat Salima, moeder van vijf kinderen, huilend voor me. Ze moet geopereerd worden, maar dat kan niet in Sernovodsk. Daarvoor moet ze naar Ingoesjetië. Ze heeft er genoeg van altijd haar hand te moeten ophouden, maar geld om te reizen heeft ze niet, laat staan om de operatie te betalen. En wie zorgt er voor haar kinderen als ze weg is? Haar man heeft ze al in geen maanden meer gezien. Hij is een van de vele vermisten.
Vertwijfeld vraagt ze of ze geen asiel in Nederland kan aanvragen. Daar is het vast beter. We schamen ons. Hoe leggen we uit dat Europa vindt dat ze beter af is met ‘opvang in de regio’?


Ans Zwerver is lid van de Eerste Kamer voor GroenLinks.
Ruth-Gaby Vermot-Mangold is lid van de SP-Nationalrätin in Zwitserland.
Beiden zijn lid van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa.

Laat een reactie achter

Dagboek Archief

Aangedreven door Movable Type 4.38